- ruiken
- {{ruiken}}{{/term}}I 〈onovergankelijk werkwoord〉1 [algemeen]sentir♦voorbeelden:1 de hond kan goed ruiken • le chien a un bon flairdie bloemen ruiken lekker • ces fleurs sentent bonhet ruikt niet • ça n'a pas d'odeuraan iets ruiken • sentir qc.〈figuurlijk〉 aan iets geroken hebben • avoir une (vague) idée de qc.hij ruikt naar jenever • il sent le genièvrehij ruikt uit zijn mond • il a mauvaise haleineII 〈overgankelijk werkwoord〉1 [met de reukzin gewaarworden] sentir2 [figuurlijk][lucht krijgen van] sentir⇒ flairer♦voorbeelden:2 onraad ruiken • flairer le dangerhoe kon ik dat nu ruiken! • comment est-ce que j'aurais pu savoir ça!
Deens-Russisch woordenboek. 2015.